Farmacotherapie – Nationaal beleid

Voor behandeling in de acute fase verwijzen wij naar de vigerende protocollen.

Secundaire profylaxe

IndicatieFarmacotherapieDoseringBijzonderheden>
TIA/ CVAPlaatjes-aggregatieremmers
(start na 24 uur i.g.v. trombolyse)

Carbasalaatcalcium 100 mg 1dd gedurende 21 dagen

+

clopidogrel 300 mg gedurende 1 dag, daarna 75 mg 1dd levenslang
(Niet opladen indien patiënt dit middel reeds gebruikt)
Bij slikstoornis Medicatie via de sonde.
Indien niet mogelijk: i.p.v. clopidogrel en carbasalaatcalcium, acetylsalicylzuur intraveneus (Aspegic, 1 ampul is 500 mg, geef 250 mg als oplaaddosis en daarna 80 mg 1dd)

Bij recidiverende TIA’s onder Clopidogrel
Zonder andere verklaring voor het recidief (zoals atrium fibrilleren) bepaal CYP2C19 genotype.
Bij afwijkend genotype clopidogrel omzetten naar carbasalaatcalcium 100 mg + dipyridamol 200 mg 2dd

Bij dissectie als oorzaak
Carbasalaatcalcium 100 mg 1dd gedurende 6 maanden
TIA of herseninfarct als gevolg van atriumfibrilleren of een andere cardiale emboliebronIn principe starten met een DOAC;
bij een contra-indicatie voor DOAC start coumarinederivaat.

Zie AtriumfibrillerenAanbeveling timing start anticoagulantia (expert opinion):
- TIA of herseninfarct met minimale uitval: direct
- Herseninfarct met licht tot matige uitval: na 2-7 dagen
- Herseninfarct met ernstige uitval: na 7-14 dagen

Eventuele overbrugging tot aan starten met DOAC:
Carbasalaatcalcium 100 mg 1dd

Overige overwegingen

IndicatieOverweging
MaagbeschermingZie farmacopedia maagbescherming en applicatie
Vanwege interactie met clopidogrel voorkeur voor pantoprazol.
Optimalisatie CVRMStart statine
Optimaliseer bloeddruk- en diabetesbehandeling
Amsterdam UMC beleid

Binnen het Amsterdam UMC is er een behandelprotocol voor een acuut herseninfarct (< 24 uur na ontstaan klachten of < 24 uur na laatst goed gezien en geen bloeding op blanco CT hersenen) beschikbaar op K2:

Tevens is er het ‘Protocol TIA / Herseninfarct subacute en chronische fase’ beschikbaar via:

Achtergrond

TIA’s en herseninfarcten berusten op focale ischemie in de hersenen, meestal als gevolg van embolieën afkomstig uit het hart of de aanvoerende cerebrale arteriën of als gevolg van atherosclerose van de cerebrale vaten. Na een TIA of herseninfarct is de kans op het doormaken van een herseninfarct met restverschijnselen verhoogd. Deze kans is gedurende de eerste 2-3 weken na een TIA of herseninfarct het grootst. Een snelle start van medicamenteuze secundaire preventie leidt tot een verlaging van het recidiefrisico.

Bronnen 
Totstandkoming

Alle pagina’s op Farmacopedia zijn gebaseerd op Amsterdam UMC richtlijnen en/of nationale erkende richtlijnen en samengesteld door het Klinisch Farmacologisch Consultteam Amsterdam UMC, bestaande uit internisten, ziekenhuisapothekers, basisartsen, apothekers en klinisch farmacologen (i.o.). Het team heeft de inhoud van deze pagina op juistheid gecontroleerd. Alle pagina’s worden minimaal iedere zes maanden onderworpen aan een actualiteitscontrole.

Pagina gemaakt op: 11-10-2018
Laatste actualiteitscontrole: 10-06-2022

Onjuistheden of onduidelijkheden gevonden op deze pagina? Laat het ons direct weten.